
Sidama Buncho
Over Sidama Buncho
Buncho Washing Station: 940 boeren, één molen, en een man die het lopen zat was
De ouders van Asefa Dukamo verbouwden koffie en tuingewassen, dus hij zat er vroeg tussen. Als tiener kocht hij al kers op bij familie en dorpsgenoten, deed de oogst van zijn eigen familie erbij, en bracht het hele zaakje naar het eerste washing station dat het wilde aannemen. Het probleem: dat station stond nergens in de buurt. Hij heeft een flink deel van zijn jeugd besteed aan andermans koffie heel ver verplaatsen.
Uiteindelijk deed hij het voor de hand liggende en bouwde er zelf een dichterbij.
Hoe dat uitgroeide tot twintig washing stations
De eerste kwam er in 1997, in het dorp Girja, nog geen anderhalve kilometer van het huis van zijn ouders. Het jaar daarop volgde een tweede, in Eltama, 30 kilometer verderop. Daarna verhuisde hij naar Daye in het district Bensa en zette daar het moederstation Qonqana op, waar later een dry mill bij kwam zodat er ook natural verwerkte koffie terecht kon.
Zijn jongere broer Mulugeta Dukamo is medeoprichter van exporteur Daye Bensa en deed veel van het werk om het uit te breiden. Samen draaien ze inmiddels 20 washing stations, vijf molens en drie koffiefarms in zes woredas: Bensa, Bura, Chabe, Hoko (Girja), Aroressa en Chire.
Buncho, hoog in Shantawene, is er daar één van.
De 940 mensen erachter
Ongeveer 940 kleine boeren leveren kers aan Buncho. Gemiddelde perceelgrootte is minder dan vijf hectare, en in de praktijk zijn de meeste een stuk kleiner.
Ze verbouwen niet alleen koffie. Er staat suikerriet, allerlei fruit, en enset, de inheemse plant die in verschillende vormen als voedsel wordt klaargemaakt en in dit deel van Ethiopië een basisproduct is. Koffie-inkomen telt, maar op percelen van dit formaat wordt het nooit het hele huishoudbudget.
Eén gevolg daarvan mag hardop gezegd worden. Vrijwel alle koffie hier groeit feitelijk biologisch, omdat kunstmest, pesticiden en herbiciden geld kosten dat niemand heeft. Gecertificeerd is het niet, want certificering kost óók geld. Je krijgt dus de praktijk zonder het logo, wat precies andersom is dan je meestal ziet.
Wat het moeilijk maakt
De boeren rond Buncho werken zonder betrouwbare elektriciteit, water, telecom of fatsoenlijke wegen. Daar komt bij dat er simpelweg minder landbouwkennis rondgaat dan in een beter aangesloten gebied, en dat zie je direct terug in opbrengst en kwaliteit.
Daye Bensa heeft daar een programma tegenover gezet: "Back to the Community". Tot nu toe zijn er wegen aangelegd tussen dorpen, elektriciteitstransformatoren geplaatst en trainingen gegeven over teelt. Op de planning voor de komende jaren staan meer training en een zorgpost voor producenten en hun gezinnen.
Het nuttige aan een familiebedrijf van deze omvang in de regio is bereik. Twintig stations betekent veel farms, en veel jonge mensen die leren hoe koffieproductie echt werkt.
Hoe de koffie gemaakt wordt
Alleen de rijpste kersen worden geplukt, met de hand, selectief.
Bij de molen gaan de kersen in watertanks en alles wat blijft drijven gaat eruit. Dat sorteert op dichtheid en vist in één beweging het meeste onrijpe en beschadigde fruit eruit. Wat zinkt gaat door een Panagos-pulper en daarna 24 uur de fermentatietank in.
Na de fermentatie gaat de koffie door waskanalen, met houten gereedschap vooruit geduwd, en zo komt het laatste laagje mucilage eraf. Daarna de traditionele raised beds op, bespannen met gaas, waar het zo'n 12 tot 15 dagen ligt afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid, elke 30 minuten gekeerd.
Als het droog is leggen de boeren twee tot vijf kilometer af naar de dry mill, te paard of op de motor, waar de koffie machinaal gepeld wordt.
Het station reinigt zijn gebruikte proceswater op natuurlijke wijze voordat het weggaat, en de pulp die overblijft gaat als mest terug het land op. Geen van beide is spectaculair. Samen zijn ze het verschil tussen een molen die een goede buur is en een die dat niet is.
Sidama, en waarom het geen Sidamo heet
Je ziet "Sidamo" nog op genoeg zakken en menukaarten staan. Dat is achterhaald.
Sidama ligt in het zuiden van Ethiopië en telt bijna 3,2 miljoen inwoners met een eigen taal, cultuur en tradities. Na een referendum in juni 2020 werd het officieel een deelstaat, en daarmee werd Sidama de juiste naam. De koffiehandel loopt daar wat achter op de landkaart.
De regio heeft vruchtbare grond, serieuze hoogte en een klimaat dat koffie ongeveer zo goed ligt als het maar kan. Daarom werd de naam ooit beroemd.
Even over traceerbaarheid in Ethiopië
Lange tijd was Ethiopische koffie niet verder te herleiden dan de regio waar hij vandaan kwam.
Vanaf 2008 liep de export centraal via de Ethiopia Commodity Exchange. Koffie werd in gecertificeerde labs gecupt en beoordeeld, en daarna generiek gemerkt. De bedoeling was eerlijk: boeren zouden betaald worden op kwaliteit in plaats van op de reputatie van een naam. Het neveneffect was dat niemand verderop in de keten nog kon zeggen van welk washing station een koffie kwam.
Dat veranderde eind maart 2017, toen een wetsvoorstel van de Ethiopian Coffee and Tea Development and Marketing Authority het mogelijk maakte om Ethiopische koffie mét traceerbaarheid te verkopen, ook koffie die nog via de exchange loopt. Exporteurs met een geldige licentie mogen nu rechtstreeks aan kopers verkopen, met één voorwaarde: de parchment moet binnen drie dagen na aankomst bij de verwerkingsfabriek in Addis verkocht zijn. Lukt dat niet, dan gaat het alsnog via de exchange, maar nu met de herkomstinformatie erbij.
Dat is het korte antwoord op de vraag waarom er überhaupt "Buncho Station, Shantawene" op een zak kan staan.
Onze bonen van Sidama Buncho
De beste manier om meer te weten te komen over Sidama Buncho? Door het uit te proberen natuurlijk! Mis het niet, probeer de bonen, en laat ons weten wat je er van vindt.


